Aluminium terrasoverkappingenPremium

Hoe plaats je zelf een terrasoverkapping?

Roger plaatst overkapping

Tegenwoordig kan je met ietwat geoefende handen gemakkelijk zelf een terrasoverkapping in elkaar steken, meestal in de vorm van een zelfbouwpakket. Elk pakket is anders, maar over de verschillende pakketten heen, zijn er enkele basiszaken die steeds terugkomen. We overlopen ze in dit artikel.

 

De structuur plaatsen

Waar je precies begint, hangt ervan af of je een vrijstaande, dan wel aangebouwde overkapping wil zetten. Bij een vrijstaande overkapping begin je doorgaans met de steunpalen die het dak dragen, bij een aangebouwde overkapping begin je met het muurprofiel tegen de gevel.

muurprofiel aanbouw
Het is belangrijk om het muurprofiel op de juiste hoogte te hangen

Een aangebouwde overkapping: muurprofiel

Het is belangrijk om het muurprofiel op de juiste hoogte te hangen. Houd rekening met de helling van het dak van je overkapping, en weet dat je niet altijd zomaar vanaf de grond kan meten, zet indien nodig een meterpas uit met een bouwlaser. Dat is een vaste hoogte vanwaar je meet, erg handig bij hellend of oneffen terrein. Controleer zeker dat je muurprofiel waterpas hangt.

slagpluggen muurprofiel
Verankeren doe je met slagpluggen

Bevestigen met slagpluggen

Het bevestigen van het muurprofiel gebeurt vaak met lange slagpluggen. Let erop dat die niet enkel in de façadesteen en luchtspouw verankerd zitten maar wel degelijk genoeg grip hebben. Boor met een klopboormachine een gat volgens de plugdiameter, en dan kan je het profiel bevestigen door de pluggen in te schroeven, of in te kloppen met een hamer.

Verankeren met chemisch anker
Het muurprofiel kan je ook verankeren met chemisch anker

Bevestigen met chemisch anker

Bij twijfel kan je ook opteren voor chemische verankering en draadstang, wanneer je bijvoorbeeld met een houten muurprofiel werkt. Boor een gat iets groter dan de diameter van je draadstang door de balk in de muur en breng het chemische anker erin aan. Draai de draadstang nog eens in het anker als je die inbrengt voor een goede verdeling.

Geef het chemische anker voldoende tijd om uit te harden en breng daarna de muurbalk erop aan en knel die met bouten. Steek er nog een vlootje tussen, zodat je de moer niet in de balk draait.

Tip
Dicht de naad tussen de muur en het profiel af met een geschikte siliconenkit op een kitpistool. Een detail dat het comfort en de levensduur verhoogt.

 

De gootbalk positioneren

Eens het muurprofiel is geplaatst, kan je het tegenovergestelde profiel positioneren. We noemen dit de gootbalk: sommige systemen hebben hierin een afwatering voorzien, wanneer je zelf een overkapping samenstelt, ga je waarschijnlijk achteraf hier nog een dakgoot moeten voorzien. De gootbalk plaats je samen met de buitenste liggers volgens de helling van je overkapping. Zo wordt het frame gevormd.

genielift bouwlift
Een genielift is geen overbodige luxe voor de gootbalk

Met een lift

Om de gootbalk op de juiste hoogte te kunnen tillen, kan je een genielift of bouwlift huren. Indien nodig kan je de lift zelf nog wat verplaatsen om de balk in de juiste positie te brengen. Deze zal ook helpen om het geheel te stutten terwijl je in een latere fase aan de steunpalen begint.

In theorie zou je een platenlift voor gipsplaten ook kunnen gebruiken als de balk of het profiel niet te zwaar is. Over het algemeen zit je echter meer safe met een genielift dan met een platenlift.

gradenwaterpas helling
Een gradenwaterpas is ideaal om de juiste helling aan te houden

En een gradenwaterpas

De hoogte is één ding, maar de afstand tegenover het muurprofiel wordt ook bepaald door de lengte én de helling van de liggers. Die helling kan je precies bepalen met een gradenwaterpas. Dat zal je de meeste kopbrekens besparen. Je kan de hellingsgraad van de liggers of kepers gemakkelijk aflezen, zonder ingewikkelde berekeningen toe te moeten passen. 

Bij een zelfbouwpakket wordt de benodigde helling meestal voorgeschreven van de fabrikant. Een dak van een overkapping heeft doorgaans een helling van 5° tot 10°, wat overeenkomt met ongeveer 8 tot 18 cm per meter. Bij aluminium of polycarbonaat systemen volstaat vaak een minimale helling van 5° voor een goede waterafvoer.

Met een gewone waterpas

Heb je geen gradenwaterpas, dan kan je een gewone waterpas gebruiken. Duid op de waterpas een afstand van 1 meter aan. Houd de waterpas volledig horizontaal en meet aan het uiteinde (op 1 meter) het hoogteverschil tussen de waterpas en de ligger. Bij een helling van 8° moet dat hoogteverschil ongeveer 14 cm bedragen.

Controleer voor je verdergaat nog of het frame mooi recht is. Met een winkelhaak (of de stelling van Pythagoras) kan je de hoeken van het frame nameten. Een goede controlemethode is ook om de diagonalen te meten. Bij een strakke rechthoek zijn die even lang. Bij een parallellogram zit daar een afwijking op.

profielen vastmaken
De buitenste liggers schroef je vast aan de profielen

De verbinding maken

Eens je de positie grofweg hebt bepaald, kan je de profielen en liggers verbinden met schroeven en een schroefboormachine. Maak ze eerst op elke hoek vast met één schroef, zodat je de positie en helling exact kan bijstellen met de waterpas. 

 

De steunpalen

Als je bij een aangebouwde overkapping het frame op zijn plaats hebt, kan je de steunpalen plaatsen. Bij een vrijstaande overkapping of pergola is dit eigenlijk je startpunt. Heeft je overkapping meer dan twee steunpalen, zet dan eerst de eerste en de laatste paal, dan pas degenen die ertussen komen.

Positie uitzetten

Bij een aangebouwde overkapping moeten de steunpalen in een rechte lijn staan ten opzichte van elkaar. Span tussen die twee een metserskoord en zet de rest van de palen langs dat metserskoord. Met een waterpas kan je controleren of de individuele staanders waterpas staan.

Uiteraard moeten ze ook loodrecht staan. Bij een aanbouwoverkapping kan je dit vooraf bepalen met een schietlood of een touwtje met een gewicht vanaf de gootbalk. Dit zal meteen ook aangeven waar de paal precies in de grond moet komen.

palen betonfunderingen
Steunpalen komen vaak op een betonfundering in een put

Stevig in de ondergrond

Op betonfunderingen

Steunpalen komen vaak op een betonfundering. Hiervoor moet je van je terras wat tegels of klinkers wegnemen en een put maken - hoe diep is afhankelijk van het systeem, meestal gaat het om een diepte tussen de 60 en 80 cm.

Op de bodem van de put kan je, waterpas, een tegel leggen. Op de tegel komt dan een stevige betonfundering - bij een zelfbouwpakket kunnen er funderingsblokken voorzien zijn om de steunpaal aan te bevestigen. De put maak je pas dicht wanneer je klaar bent met de constructie.

paal in bevestigingsprofiel
Lopen er leidingen onder het terras, dan kan je ook werken met bevestigingsprofielen

Met bevestigingsprofielen

Lopen er leidingen onder het terras, of is de vloer eronder al van beton, dan kan je ook werken met bevestigingsprofielen die op het terras vastgezet worden en waarop de staande paalprofielen vervolgens bevestigd worden. Het volstaat dan om met een betonboor in de vloer te boren. Breng een slagplug in elk boorgat en schroef stevige bouten in de voet vast met behulp van een ratelsleutel.

paalhouders vastmaken
Paalhouders worden vaak gebruikt bij houten constructies

Met paalhouders

Werk je met houten palen? Dan kan je ook kiezen voor paalhouders met een punt onderaan. Daarmee rot de steunpaal niet in de grond of door vocht dat op het beton blijft staan. In de paalhouder kan het water onderaan weglopen.

Zo'n paalhouder kan je gewoon in de grond kloppen indien die los is. Voor extra stevigheid werk je met snelbeton. Voor je beton stort, controleer je of de paal hori­zontaal staat, en ver­ankerd is in de houder. Tijdens het storten van het beton wordt hij dan niet opzijgeduwd.

Eens de palen stevig in de grond zitten, kan je ze aan het bovenste profiel vastschroeven, en kan je - na nog een check op haaksheid - het geheel vastschroeven.

 

Paal op maat

Als je een steunpaal op maat moet maken, werk je het best met een afkortzaag voorzien van een gepast zaagblad. Zo krijg je een zuivere en perfect haakse snede, wat belangrijk is voor de stabiliteit van de constructie. Teken de paal rondom rond af met een winkelhaak zodat je exact en recht kan zagen. Span de paal stevig op vóór je zaagt om verschuiven te voorkomen. 

omgekeerde volgorde
Je kan ook omgekeerd werken: eerst de gootbalk aan de palen, en daarna de liggers

Omgekeerde volgorde

Als je weet dat de hellingsgraad van de gootbalk tot het muurprofiel in orde is en je niets meer aan de steunpalen hoeft aan te passen, kan je eventueel ook de volgorde omkeren en eerst de gootbalk aan de steunpalen vastmaken en die op hun plaats zetten, waarna je de liggers monteert.

Dan heb je immers geen genielift nodig. Zorg er dan wel voor dat je de steunpalen met gootbalk extra stut, en controleer voor je de liggers monteert of ze mooi haaks staan. Verankeren in de bodem doe je dan ook pas wanneer de buitenste twee liggers van het frame volledig vasthangen.

bladvanger goot afvoerpunt
Voorzie het afvoerpunt in de gootbak van een bladvanger

Afwatering

Gootbalk en uitsparing voor afvoer

De gootbalk vervult de functie van de dakgoot: het regenwater wordt opgevangen en stroomt via een geïntegreerde helling weg naar onderen, via één van de buitenste profielen. Hiervoor moet je nog een opening maken op het laagste punt. Door meerdere kleine gaten te boren heb je meteen een bladvanger. Uiteraard kan je ook met een klokboor één groot gat voorzien en er een aparte bladvanger insteken.

Bij een gootbalk komt in een van de steunpalen onderaan ook nog een koppeling voor een afvoer. Doorboor de paal en monteer de uitloop. Deze moet boven het bestratingsniveau komen als je het water laat wegstromen. Als de situatie het toelaat, kan je die ook verder laten afvoeren naar de regenwaterput of infiltratievoorziening.

afvoerpunt onderaan de paal
Bij een gootbalk komt in een van de steunpalen onderaan ook nog een koppeling voor een afvoer

Of een dakgoot

Werk je met een gewoon profiel en geen gootbalk? Dan moet je nog een aparte goot voorzien. Het simpelst werk je met een pvc-goot die je volgens een helling van 2 à 5 mm per lopende meter vastmaakt tegen het profiel met ophangbeugels.

Aan de laagste zijde zorg je ervoor dat het water via een verticale afvoerpijp wegstroomt, hetzij opnieuw naar een regenwaterput of infiltratievoorziening.

 

Het dak plaatsen

Tussenliggers voorzien

Bestaat je dakbedekking uit platen? Dan schroef je nog tussenliggers vast volgens de breedte van de platen. Deze vormen een ondersteuning voor de dakbedekking.

Naden dichten

Voor je begint met het plaatsen van de dakbedekking, maak je, waar nodig, de naden nog dicht met siliconenkit. Ook aan het einde, aan het afdekkap van de goot, dicht je nog het best alles af.

polycarbonaatplaten in profielen
Polycarbonaatplaten moeten vaak eerst van profielen met een rubberen dichting voorzien worden

Polycarbonaatplaten plaatsen

In profielen

Polycarbonaatplaten moeten meestal eerst van profielen met een rubberen dichting voorzien worden, zowel boven- als onderaan. Met enkele tikken van een rubberhamer kan je profielen vastmaken aan een plaat. In het profiel dat onderaan de plaat komt breng je op de bovenzijde nog wat silicone aan. Het afsijpelende water kan dan niet achter het profiel kruipen. 

De beschermfolie

Polycarbonaatplaten zijn vaak voorzien van een beschermfolie. Die geeft aan welke de onder- en de bovenkant is. Zorg ervoor dat de UV-zijde steeds naar boven gericht ligt. Je kan de beschermfolie al wegnemen eens de platen in de profielen zitten, maar beter doe je dat pas volledig nadat de platen gemonteerd zijn, om krassen te vermijden.

platen vastmaken met afdekproflene
De afdekprofielen worden eerst aangetikt voor ze vastgeschroefd worden

De platen vastmaken

Om polycarbonaatplaten vast te maken aan de liggers, zitten er vaak afdekprofielen in het pakket, die kan je met je rubberhamer inkloppen op de profielen van het frame, en vervolgens van bovenaan vastschroeven.

Afdekstrip plaatsen

Wanneer je polycarbonaatplaten plaatst, moet je langs boven, bij de aansluiting met de gevel, nog een rubberen afdekstrip voorzien. Om die vlot verwerkbaar te maken, leg je die in lauwwarm water terwijl je de dakplaten plaatst. Achteraf kan je die dan aanbrengen. In de meeste gevallen heb je die maar bovenaan tussen het muurprofiel te duwen.

rubberen afdekstrip
Wanneer je polycarbonaatplaten plaatst, moet je langs boven nog een afdekstrip voorzien

Dakplaten plaatsen

Panlatten

Als je opteert voor dakplaten, dan moet je vaak eerst werken met panlatten die je nagelt op de liggers van je (houten) constructie. Je legt ze haaks op de richting van de liggers, om de 30 à 40 cm.

loodslab aanbrengen in muur
Een loodslab werk je meestal in een ingeslepen voeg van de muur in

Loodslab aanbrengen

Waar je bij polycarbonaatplaten normaal een rubberstrip gebruikt bij de gevelaansluiting, kan je bij dakplaten ook werken met een loodslab. Zorg ervoor dat deze minimum 7 cm overlapt met de dakbedekking van je overkapping.

Die moet je meestal in de muur inwerken. Maak hiervoor met een haakse slijper eerst een horizontale voeg tussen twee metselstenen vrij, volgens de lengte van je muurprofiel. Na het slijpen, beitel je de losse stukken voeg weg, waarna je achteraan wat montagekit kan aanbrengen. Plooi een cm over de lengte van de loodslab om en breng aan in de gleuf met montagekit.

Als je net boven het muurprofiel van je overkapping een dakrandprofiel hebt, die vastgemaakt is aan een houten balk, dan kan je daar de loodslab aanbrengen. Schuif de slab onder de dakrand en bevestig met damwandschroeven. Dit zijn schroeven voorzien van een afdichting op de kop, die ze waterdicht maakt.

Tip
Je kan twee loodslabben laten overlappen, zorg dan zeker dat ze minstens 10 cm over elkaar liggen. Je kan ook een tweetal centimeter van beide stukken omplooien, en ze zo in elkaar laten haken. Eens ze in elkaar gehaakt zitten, tik je de verbinding aan met een hamer.

dakplaten bevestigen
Gegolfde dakplaten bevestig je met geschikte damwandschroeven

Dakplaten bevestigen

Ook de dakplaten zelf moeten overlappen. Begin daarom altijd met het leggen van de dakplaat in de tegenovergestelde richting van de overheersende windrichting - in België is het zuidwesten. Komt de zuidwestenwind van links? Dan plaats je eerst de panelen op het rechtse gedeelte van het dak.

De dakplaten bevestig je eveneens met de damwandschroeven in de panlatten. Langs de zijkanten van de overkapping voorzie je in dit geval nog windveren (profielen aan de zijkant die de dakplaten beschermen tegen opwaaiende wind en water). Onderaan komen ook nog gootlijsten - hieraan kan dan later een dakgoot bevestigd worden.

Eens alle dakplaten er liggen, heb je enkel de loodslab nog op zijn plaats te kloppen, met een hamer en een houten blokje.

loodslab vorm geven
Eens alle dakplaten er liggen, heb je enkel de loodslab op zijn plaats te kloppen

 

Afwerking en extra's

Afdichten

De afwerking bestaat uit twee zaken. Enerzijds worden een aantal minder mooie zaken aan het oog onttrokken. Schroeven of open zijden van de profielen krijgen afdekkapjes.

Anderzijds moet erop worden gelet dat alles netjes waterdicht is. Met een siliconenkit kan je nog eens de binnenkant van de goot afwerken, of de schroeven aan de bovenzijde perfect afdichten. Controleer ook de rubberen verbindingen op mogelijke onregelmatigheden en kleef een rubberen dichting op de aansluiting tussen muurbalk en dakplaat.

afdichten afdekkap
Schroeven of open zijden van de profielen krijgen afdekkapjes

Schoren

Bij houten constructies kan je op de hoeken ook een schoor voorzien. Een schoor is een verstevigingsbalk die de horizontale beweging uit de constructie haalt. Door met de schoor een driehoeksverbinding te maken, krijg je een steviger geheel. Een driehoek is namelijk minder geneigd om te bewegen dan een vierkant.

Die schoren kan je tegen de palen en de balken aanschroeven, maar je kan ze er ook achter monteren. Je maakt ze het best op maat en je schroeft ze vast.

schoor versteviging
Door met de schoor een driehoeksverbinding te maken, krijg je een steviger geheel

Verlichting

Is je overkapping voorzien van holle profielen? Die maken het mogelijk om spots in te bouwen in de balken en liggers. Zeker ledverlichting neemt erg weinig plaats in en is makkelijk weg te werken.

Boor met de klokboor een opening om een spotje in te plaatsen. Haal de kabels door de profielen. Een rolmaat werkt erg handig hierbij. Uiteraard verbind je alle snoeren door naar de transformator en die koppel je aan op de voeding.

 

Wat heb je nodig

  • rubberhamerrubberhamer
  • klauwhamerklauwhamer
  • schietloodschietlood
  • digitale waterpasdigitale waterpas
  • winkelhaakwinkelhaak
  • waterpaswaterpas
  • afkortzaagafkortzaag
  • kitpistoolkitpistool
  • klopboorklopboor
  • schroefboormachineschroefboormachine
  • bouwlaserbouwlaser
Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • checkdigitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • checkuw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • checkmaximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 
Print Magazine

Recente Editie
18 augustus 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine